misschien is mijn probleem met vreeswijk wel, dat het moeilijk kiezen is. een overvloed aan mooie panden en leuke straatjes. maar dat mag geen excuus zijn. deze keer aandacht voor villa ‘de tolgaarder’, gemeentelijk monument, gebouwd in 1887. de trap aan de buitenzijde werd in 1930 aangebouwd. op de plek van de villa stond ooit het tolhuis van vreeswijk. de buitentrap prikkelt de fantasie.


tolgaarder

wie hier als bezoeker niet weet wat hij kiest,

de trap of de deur of het tuinhek wellicht,

die dwaalt totdat hij zich in ‘t dwalen verliest

en krijgt de bewoner misschien nooit in ’t zicht

want alles is anders en niks sluit aaneen

een puzzel is ’t hier bij dit tolgaarderspand

men loopt onbedoeld uren langs elkaar heen

dat staat soms te lezen in de vreeswijker krant

’t is fraai om te zien, maar het dient toch geen doel,

een trap zonder ingang, het maakt de mens dol

de naam van het pand geeft nog extra ’t gevoel;

‘onvoorbereid hierheen, dat eist toch zijn tol’

© ton de gruijter

Het staat er al een tijdje, ‘de dichter’ op de richterslaan (ingang aan de roland holstlaan). een aparte naam voor een gebouw in een straat die naar een beeldend kunstenaar is genoemd, maar een goed gedicht kan ook beeldend zijn. daarnaast, het gebouw heeft door de strakke bouw wel iets van een gedicht met zijn vier verdiepingen en dan drie om de hoek. en, u begrijpt, wanneer ik een onbescheiden bui heb, voel ik mij met het gebouw enigszins verwant.

de dichter op de richterslaan

ik zie vandaag een dichter staan

hij zoekt zijn woorden bij een beeld

ik denk dat hij met ritme speelt

in ’t midden van de richterslaan

ik zie dat hij ’n gebouw bekijkt

dat haast in metrum is gezet

met wat kwatrijnen, een terzet,

zodat het zelf een dichtwerk lijkt

en dan vloeit woord en beeld ineen

de dichter op de richterslaan

vindt hier zijn plaats en blijft hier staan

een ander echter slentert heen

© ton de gruijter

Link




met enig recht is de stad fier op het transformeren van leegstaande kantoorpanden naar woonbestemming. toch vraag ik me af of dat op termijn toereikend zal zijn. de druppels op de gloeiende plaat, u weet wel. zo kom ik nog wel eens in de buurt van het voormalig pand van ‘allianz’ aan de buizerdlaan. leeg en stil, waar het voorheen een aardige drukte was. dat is óók leegstand, het ontbreken van werk. mooi pand, met al dat spiegelend glas.


bespiegeling


de vloeren leeg, ik tel er elf

met wanden om in weg te dromen

het spiegelt lucht, het spiegelt bomen

en ’t spiegelt bovenal zichzelf

de oude plek van ‘allianz’,

voorheen de ‘zwolsche algemeene’

de reuring is al lang verdwenen

wat bleef is slechts de oude glans

ik zou zo graag een bordje ‘vol’

zien staan bij ’t terrein voor ’t parkeren

en dat mevrouwen en meneren

voldoening vinden in een rol



© ton de gruijter

eerst vond ik het vreemd, een bedrijventerrein midden in het centrum. later begreep ik dat de nieuwbouw zich om oud-jutphaas had heen gevouwen. ik fietste altijd naar utrecht (en weer terug natuurlijk) en ik wierp steevast een blik op ‘van bentum constructies en stalen ramen b.v.’ een stoer bedrijf leek me dat, waar met precisie stevig spul werd gefabriekt door vaklieden. de hallen staan leeg, de boedel is weg, de zaak failliet. gaat ook dit pand richting kommer of trappelt men om herbestemming te bieden?


lege hallen aan de herenstraat

wie heel goed ruikt, ruikt hier nog roest

dat hangt nog in de lege hallen

maar verder hoort men spelden vallen

want heel ’t bedrijf houdt zich nu koest

de markt was kwaad, het tij verkeerd

voor ’t construeren van metalen

het coaten of met verfspuit stralen

men noemt het deftig ‘gefailleerd’

en wat aan boedel waarde had

voor ’t lassen, ponsen of het boren,

de herenstraat zou ’t nooit meer horen

het werd geveild, het bracht nog wat ..

de markt was kwaad, en tegenwind

verdreef de vaklui, ‘stalen handen’

het dak rust nu op kale wanden

ik hoop dat ’t herbestemming vindt

© ton de gruijter




het fietspad ‘randijk’ slingert wat langs park en woongebied. vanaf het water gaat het richting buizerdlaan, waarna langs de ransuil kan verder worden gefietst. en dát stuk bedoel ik. daar staat zo’n fraaie dubbele rij bomen. ik blijf het mooi vinden om naar te kijken.

 

wachters

 

zo plechtig staan ze, bast na bast

als wachters in een stramme rij

met hoge kronen, boven mij,

en wortels, in de aarde vast

zo houden zij de lucht in toom

voorkomen dat zij nederdaalt

een jonge wolk, die wat verdwaalt

hervindt door hen de juiste stroom

maar stel dat ’t hier eens buigt of kromt,

dat boom na boom zijn plicht verzaakt

en dat doordat de linie kraakt

de hemel op de aarde komt

© ton de gruijter 


‘kijk jommens (jongens), een klimrek!’ riep kleindochter 2 toen we langs de ‘putter’ in de wijk ‘de doorslag’ liepen. ja, zo ziet het er in jonge ogen uit, maar het lijkt toch niet de bedoeling. wat wél de bedoeling is van de trapjes die het water ingaan is mij niet duidelijk. is het om afval uit het water te halen, of misschien toch..?

 

watertrappen

 

heeft u geen geld voor ’n eigen boot

maar speelt u toch graag in het nat?

dan helpt men u in deze stad

graag ván de wal tot ín de sloot

de putter biedt u watersport,

beschut, kleinschalig en privé

u kunt voorzichtig naar benee

tot u door d’ sloot omsloten wordt

maar als u weer naar huis verlangt,

of u voelt té veel nattigheid,

dan is ’t ook dáár op voorbereid

met wanden waar een trap aan hangt

© ton de gruijter 


donderdag 4 oktober 2012

 

de beugel en de boom

 

kent u de verhoeven-wijk? zwaluw, putter en een deel van de leeuwerik vormen een pittoreske wijk met een bijzondere architectuur en sfeer. ‘rust’, lijkt de buurt te zeggen, ‘rust’. opvallend, dat juist daar de rust lijkt te zijn verstoord. op de putter staan drie stronken. dat waren drie bomen. wat is er aan de hand? struikrovers? verzamelaars van haardhout? uit de hand gelopen snoeidrift? wonderlijk genoeg staat om één van de stronken nog een stevige beugel. het geeft te denken.

 

de beugel en de boom

 

hier groeide ooit een jonge boom

met overmoed in stam en blad

hij wist niet dat men regels had

‘de hemel in’, dat was zijn droom

maar door de beugel kon zulks niet

ook bomen kennen zo hun grens

soms opgelegd door ’n kundig mens

die weet wanneer hij wildgroei ziet

dan grijpt men in, met harde hand

men corrigeert de jonge boom

‘de hemel in’, ’t was arrogant

de beugel houdt hem nog in toom

en d’ orde is hersteld in ’t land

‘de hemel in’ was slechts een droom

© ton de gruijter 

De watertoren staat op de grens van Nieuwegein en Ijseelstein en is in 1911 door het Gemeentelijk Waterbedrijf van IJsselstein gebouwd. Door latere grenscorrecties is het nu op Nieuwegeins grondgebied terecht gekomen. De toren is van cultuurhistorisch belang vanwege de functie en tevens van beeldbepalende waarde vanwege de ligging langs de Hollandsche IJssel. De toren is van binnen (op afspraak) te bezichtigen, de buitenkant is er altijd voor wie maar wil zien.

watertoren nieuwegein

hij is al jaren met pensioen
zijn functie is al lang verloren
hij is een droge watertoren
er is geen werk voor hem te doen

de grond is nu van nieuwegein
hij staat op onze hoge landen
met eigenlijk niet meer om handen
dan een herinnering te zijn

zo kon men bouwen in cement
fraai uitgekraagd is de bekroning
natuurlijk volgt dan een beloning
het rijk ziet hem als monument

© ton de gruijter 

Ook vandaag liep ik richting IJsselstein. Ik maakte een ronde door ParkOudegein.De naam was afgeleid van het riviertje de Geine dat vanaf het huidige Oudegein naar de IJssel stroomde.[1] Na het graven van de Vaartsche Rijn in 1127 werd het deel van een belangrijke waterverbinding met de stad Utrecht. In 1423 is er het klooster Nazareth gesticht. In 1572 werd het klooster verlaten en bleef er alleen een buurtschap over, genaamd Geinoord en een gelijknamige weg. De voormalige buurtschap en weg zijn sinds het ontstaan van Nieuwegein onderdeel van de wijk en het park Oudegein. Deze laatste is vernoemd naar Huis Oudegein, welk zijn oorsprong heeft in de tijd van Geyne.


‘met recht’ recreëren


wie fietst of loopt of kanovaart

langs doorslag naar de geinoordbrug

kan links of rechts, gewoon weer t’rug

’t is hoe dan ook de moeite waard

want hier lag ooit de stad ’t gein

met recht een stad, een document

maakt dat in oud latijn bekend

hier zouden nog restanten zijn

maar wat er dan ook vroeger was

’t is nu een plek met veel natuur

dat levert voor het vrije uur

plezier in ’t water, bos of gras

randstedelijk, maar hier is ’t stil

een groene long met blauwe rand

wie moet er nu nog buitenland?

op weg naar huis geurt zelfs de grill

© ton de gruijter 

het kerkgebouw ‘de rank’ in de lupinestraat in hoog-zandveld is zonder twijfel opmerkelijk. over het algemeen hou ik van wat klassieker gebouwen, maar toch maakt de vormgeving van de kerk indruk. de manier waarop het hellend dak in lagen doorloopt in de spitse toren is bijzonder. het geeft mij, als toeschouwer, een beeldende betekenis van de naam, die ook gelezen kan worden als wijnrank.

 

rank

 

hij wijst gericht de hemel in

met bijna boven, in de nok

nog ruimte voor de torenklok,

die oproept voor gebed en zin

de deemoed huist in dit gebouw

en hier herwint de ziel haar kracht,

bewust van een veel groter macht

dan die van kind of man of vrouw

hij wijst de hemel in, zo rank,

’t lijkt bijna of hij één wordt met,

want door de spitse vorm is ’t net

alsof hij sturing geeft aan klank

© ton de gruijter 



ik ben katholiek opgevoed. dat zal ongetwijfeld een rol spelen bij de schoonheid, die ik in kerken kan zien. maar daarnaast is een kerk puur in bouw en inrichting als kunst te ervaren. een mooi voorbeeld is de barbarakerk in vreeswijk. ooit bezocht ik daar een uitvaartdienst. een familielid zong het ‘ave maria’. onderstaande tekst is een ode aan zowel de barbarakerk als aan de menselijke stem.


ik ben naakt

een oude kerk

een zware deur

en langzaam komt


de wierrookgeur

en heiligen

in steen gevat

een priester loopt

op tegelpad


en glas in lood

tempert licht

en schijnt diffuus

op mijn gezicht


een vrouw staat op

en zingt een lied

dan welt in mij

'ik weet 't niet'


zij is geen vrouw

een engel even

en het gezang

vertraagt m'n leven


en ik ben naakt

zo eerder nooit

alsof een werk

hier wordt voltooid


en ik ben naakt

zijn aangezicht

een eeuwig moment

ben ik verlicht


'ja, jij' zegt god

en op m'n huid

rilt het nu, en

het lied is uit


ik kleed me weer

in mijn bestaan

en nooit zal hij

mij naaster staan

© ton de gruijter.


gebouwen, bedoeld voor religieuze bijeenkomsten, dwingen altijd respect bij mij af. de overtuiging kan anders zijn dan de mijne, maar altijd –daar ga ik van uit- bedoelt men hier het goede na te streven. kerkgebouw ‘de bron’ aan de buizerdlaan heeft een uiterst mooi ontworpen toren met luidklok. enerzijds is de vorm van het kruis fraai weergegeven, anderzijds, staand onder de toren, blikt men zo de hemel in.


de bron


hier is het dat wij diepte zoeken

hier laven wij ons aan de bron

de vraag waarom het ooit begon

verklaren wij met d’ oude boeken


in stilte kunnen w’ ons verdiepen

in of het leven, te modern,

ons leiden blijft tot naar de kern,

of wij op juiste paden liepen


wij blikken hier omhoog, naar boven

met deemoed naar de lucht, een wolk

‘het zoeken sterkt het zoekend volk’

is ’t minste wat ik kan geloven


© ton de gruijter


één van de mooiste bouwwerken in nieuwegein vind ik persoonlijk de nicolaaskerk.

in de tijd dat de kerk werd gerenoveerd las ik de roman ‘sarum’, die onder andere verhaalt van de bouw van een kathedraal in salisbury. en dan fietste ik er nog tweemaal daags langs ook. dan komt zo’n gebouw tot leven. ik bracht laatst weer een bezoek aan de kerk. wat een sterke combinatie van eerbied, ingetogenheid en kunst. in het buitenland zouden we zo’n plek bewonderen. laten we het hier koesteren.


nicolaaskerk


het is natuurlijk mensenwerk

maar niet bedoeld voor aards genot

we voelen hier ’t bestaan van god

dat is de kracht van deze kerk

en ieder deel draagt het verhaal

van lijden, liefde en van hoop

van overgave, van de doop

en ieder spreekt dezelfde taal

soms hoop ik dat de deur niet sluit

dat wat zo sterk de ziel verfraait

een goede dag naar buiten waait

dat deemoed doorklinkt als geluid

© ton de gruijter



het water dreigt niet langer. eind vorig jaar en begin januari werd wel weer een hoge stand in de rivieren gemeten. dat is mooi om te zien en daarnaast vraagt het om maatregelen, zoals het verhogen van het binnendijkse waterpeil, om tegendruk te geven. dan wint vernuft het weer even van onze nietigheid. en dat is maar goed ook bij een rivier die ‘lek’ heet.

de lek

vaak ligt ze als een lui lang lint

met ruimte voor de uiterwaarden

waar koeien dwalen, soms wat paarden,

een schipper kalm zijn richting vindt


dan geeft ze ons wat licht plezier

dan hoort men hier wat klaterstemmen

van kind’ren die in ’t water zwemmen

dat is de lek, zo stroomt ze hier


en soms dan zwelt ze en haar kant

verzadigd door haar nat en regen

houdt haast haar kracht niet langer tegen

en dan bedreigt ze lager land


de mens die hier het landschap kneedt

versterkt dan sluizendeuren, dijken

opdat zij niet voor haar bezwijken

en zij niet doet zo als zij heet


© ton de gruijter



Langs de A27 hebben de gemeente Nieuwegein en Eneco Windpark Nieuwegein ontwikkeld. Vijf windmolens wekken sinds begin dit jaar de eerste groene stroom op, op jaarbasis voldoende om 7.600 huishoudens van elektriciteit te voorzien. Via de Eneco Wind App kan een ieder de prestaties van de vijf windmolens volgen. Zo laat de app onder meer zien dat het windpark Nieuwegein in de maanden januari en maart van dit jaar al boven verwachting heeft gepresteerd.

.

windpark nieuwegein


een vader nadert met een kind

en zegt: ‘zie jij het windpark daar?

het klinkt misschien een beetje raar

maar ’t is een park, alleen voor wind’

het kind denkt aan een dierentuin

met aap of zebra, wildebeest

het krabt, diep denkend en bedeesd

een tijd lang op z’n kinderkruin

‘ik snap het’ zegt het; ‘als het waait

dan roept de baas van ‘t park “ho, stop!

ach wind toch, wind je niet zo op,

kijk eens hoe streng de molen draait”

de wieken houden j’ aan de grond

de winters zijn dan niet meer kil

de stad is eindelijk windstil

omdat men slim dit park uitvond’

© ton de gruijter

wat vind ik de rand van vreeswijk aan de lek toch prettig. niet alleen het zicht op het water, de groene rand, het oude dorp in de rug, maar ook zo’n fraaie balkenloods, met bankje om even te zitten, te kijken, te babbelen. vroeger was dit één van de opslagplaatsen van balken die dienden om de sluisdeuren te versterken, nu is het gewoon mooi. en dat is net zo belangrijk.

 

balkenloods

 

’t herinnert nog aan vroeger tijd,

toen men met dijk en sluis, desnoods

versterkt met balken uit de loods

op waterdruk was voorbereid

 

maar toen men dikker deuren kreeg,

verloor de balk haar praktisch nut

de sluis wordt verder niet gestut,

de loods mocht blijven, maar is leeg

 

’t is nu een mooie mijmerplek

zo mag ze altijd blijven staan

en biedt ze in het druk bestaan

een rustpunt aan de brede lek

 

© ton de gruijter 






u zult mij niet snel betrappen op het maken van reclame. een enkele keer echter vind ik het wel gepast om een winkel te noemen. dat vind ik bijvoorbeeld van de wereldwinkel, net verhuisd naar een nieuw pand op de markt. ik ben maar snel een foto gaan maken vóór de opening, want enige drukte mag, nu de winkel goed in de loop ligt, wel worden verwacht. u weet het toch? door de zuiver vastgestelde prijzen krijgen de makers van de producten betere kansen. dat is fairtrade






wereldwinkel nieuwegein

de spullen uit de verste landen,
ze wachten kleurrijk uitgestald
totdat uw oog er plots op valt,
tot u het opneemt in uw handen

u hoeft niet per se zelf te reizen,
producten uit elk werelddeel,
van kookboek, schaaltje tot juweel,
voor eerlijk vastgestelde prijzen

ik hoop dat u massaal hier winkelt
en u iets aanschaft, met plezier,
dat door uw aankoop niet slechts hier,
maar elders ook de kassa rinkelt

© ton de gruijter 

hoe zegt men dat ook al weer? ‘het duurt even, maar dan heb je ook wat’. de oplevering van de vernieuwde markt met winkelcorridor heeft op zich laten wachten en ineens is het alsof het nooit anders was. de tweede fase van de herinrichting van het centrum werd op 9 april feestelijk afgesloten met gebak, ballonnen, een groep kostuums en mantelpakjes, een wethouder, glaasjes en…u en ik natuurlijk.

het kloppen van het stadshart

de hamerlieden zijn naar huis
de hekken weg, de markt ontsloten
de gevels zijn weer schoongespoten
de hele boel ontdaan van gruis

de winkelier deelt uit en vlagt
‘het einde van de tweede fase!’
het is een feest, men heft wat glazen
en ’t lijkt wel of de toekomst lacht

de markt die nooit meer markt zal zijn
kent ook nog lege meters, ramen
waar geen producten staan of namen
van zaken ‘óók in nieuwegein’

of ’t hier zich als succes ontpopt
hangt nu van ons af, ’t is te hopen
dat de bereidheid hier te kopen
kan helpen dat dit stadshart klopt

© ton de gruijter 
een gebied waar niet een voor de hand liggende wandel- of fietsroute langs gaat, maar desalniettemin nog steeds binnen onze gemeentegrens. en ‘grens’ is hier wel heel letterlijk. op bedrijventerrein ‘de liesbosch’ staat de penitentiaire inrichting nieuwegein. de gevangenis zo u blieft. een streng pand met de charme van alles wat charme ontbeert.  de vrije ruimte ziet men daar niet meer, tenzij er naar de lucht wordt gekeken.
laat ik voor dit onderwerp ook eens de vrije ruimte loslaten en een sonnet produceren, strenge regels en beperkte ruimte in tekstopmaak. en ook lastiger te lezen.

gevangene in nieuwegein

beton van muren met een stalen draad
een poort waar men een zware grendel trok
je bent te gast nu in het cellenblok
voorlopig lijkt het, ben je van de straat

een wandaad werd door onderzoek onthuld
de hermandad sloot jou vervolgens in
de rechtsstaat wenst  je streng een herbegin
en boetedoening volgt hier op een schuld

maar worstel jij nog wel eens met de vraag
‘wat ging er in mijn leven blijkbaar mis
dat men mij dwingt zo lang ommuurd te zijn?

ik proef de vrije buitenlucht weer graag
maar zie slechts af in mijn gevangenis
door traliezicht beperkt in nieuwegein’

© ton de gruijter 
vakantietijd! en nu? naar verre streken of blijft u in de buurt? ook dat kan. wie langs de plettenburgerbaan het woongebied verlaat en tussen de bedrijventerreinen steeds meer het gevoel krijgt ‘waar gaat dit heen’, hoeft slechts af te slaan bij de ravensewetering. daar hebben we ‘down under’, geschikt voor strandzitten, drankjes drinken of het beoefenen van de meest uiteenlopende watersporten. ze hebben daar zelfs een nieuwe tokkelbaan. wat dat is moet u maar eens gaan uitproberen.

tokkelbaan bij ‘down under’

u kunt hier zitten in het zand
of ’t water op en koppie onder
genoeg te doen hier bij ‘down under’
vooral als ook het zonlicht brandt

voor surfen, boarden, kinderfeest
of in een tube vanaf de vlonder
zelfs eten kan hier, ’t is bijzonder
wat men op de menukaart leest

wat leuk, zo’n recreatieplas
en zo dichtbij, het is geen wonder
dat niemand zegt ‘het kan wel zonder’
nee, lekker sporten, dan een glas

wel sneu was ‘t voor die gitarist
die ‘tokkelbaan’ las bij ‘down under’
hij wou dat wel, want hij zat zonder
hij had zich in de tekst vergist

© ton de gruijter 
meestal passeer je een brug, door er langs of, beter nog, er over heen te rijden. dat komt omdat het leven tijd geeft en haast vraagt in een ongelijke balans. ik sta graag stil bij bruggen, even het water proeven, zeg maar. een mooie plek is de rijnhuizerbrug, met de rug naar het fort en de blik naar de nicolaaskerk. omdat dit telt als buitenactiviteit, is het aan te bevelen het met mooi weer te doen, maar aan te bevelen is het.

rijnhuizerbrug

’t is met wat wind in het haar
’t is met wat zon in de rug
hier laat ‘wat moet’ me met rust
op de rijnhuizerbrug

want de stroom laat me zien
hoe zij boten hier draagt
en de kerk heeft een spits
die een engel bevraagt

’t is een vlag, een terras
met de naam van goed bier
en een man op de kant
vist hier voor plezier

ga hier maar eens staan
en voel; zwaar wordt hier licht
dat is de magie
van dit dorpsgezicht

© ton de gruijter 

het lijkt een lichte brutaliteit, waarmee de menuetbrug zich uitstrekt over de a.c. verhoefweg. ze ontsnapt een beetje uit zuilenstein en richt zich op batau-noord. scherper gesteld, ze richt zich vanuit de muziekwijk naar de geldbuurt en lijkt het muntplein te willen halen. zou het menuetlaantje te benauwd voor haar zijn? of wil ze zien of er wat te verdienen valt met een vrolijke deun? ze zegt het niet, ze strekt zich uit en laat ons het raden.

menuetbrug

ze draagt met overmoed de naam van brug
maar eerder is ze voetpad in de lucht
waar onderdoor lawaai van auto’s zucht
de ochtend heen, de avond weer terug

zo lijkt ze onderdeel van groot contrast
de naam te dragen van een lieflijkheid
terwijl het fijn stof hier de lucht doorsnijdt
maar heeft zij nooit een wandelaar verrast?

want ’s nachts, zo wordt beweerd, als duister komt
en als in stilte goed wordt opgelet
ontwaart u meer dan één die daar gekromd,

omdat het instrument is neergezet
en langzaam wacht tot al ‘t geluid verstomt,
zich klaarmaakt voor een vrolijk menuet

© ton de gruijter 

 

ik ben niet de eerste die aandacht geeft aan de schapen die sinds kort in nieuwegein grazen. de laatste zal ik ook niet zijn. het is een bijzonder gezicht, zo’n kudde vol van onschuld, met een scherp afgerichte hond. het klinkt goed, het ruikt lekker, het is van alle tijden. als u een beetje vrolijk wil worden, zou u een kijkje moeten nemen. neem desnoods een kind of kleinkind mee als excuus. dit is toch veel leuker dan mechanisch maaien, van mij mogen ze blijven. kijken naar een kudde schapen geeft rust . kijken naar een kudde schapen geeft rust en maakt dat het denken anders gaat dan vooraf gedacht….en maakt dat het denken anders gaat dan vooraf gedacht….

kuddedier

ach, was ik maar een kuddedier,
geen aandacht voor het eigen ik
waarin ik mij zo vaak verslik,
maar eenvoud schaft mij dan plezier

ja, laat mij opgaan in een groep
gemeenschap als het warme bad
waar niemand afwijkt van het pad           
want ieder volgt dezelfde roep

en laat mij dan in onschuld gaan
zo ik de herder kan verstaan

© ton de gruijter 


in 2011 werd een akkoord bereikt aangaande het door blijven varen van de pont. de komende jaren is de veerdienst in ieder geval veilig, en dat is prettig, want de pont is veel leuker dan de brug verderop. alleen al de naam, ‘vrevia’. prachtig. ik zie er een ‘dame van het water’ in.

vrevia

ze verheft zich uit het water
en ze weerstaat de natte lek
ze slaat zich door de stroming heen
en heeft aan draagkracht geen gebrek

ze nodigt uit, ze dient je slechts
je hoeft niet zwaar te vragen
als je bij vianen steken blijft
zal zij je huiswaarts dragen

zij is de vrouwe vrevia
zij brengt de vreeswijker terug
als het water breed en diep is
dan is zij voor hen als brug

© ton de gruijter

nedereindseweg; naast huisnummer 405 lokt een brugje naar een fiets- en voetpad. en daar moet u heel langzaam gaan. langzaam, omdat u anders het hek van de nieuwegeinse kruidentuin pardoes passeert. en dat is jammer, want de kruidentuin is een mooi oord om even tot rust te komen in deze ambitieuze stad. het enige wat herinnert aan de moderne tijd is het zachte geluid van de snelweg. ik heb geen verstand van planten en heb alleen groene vingers als ik probeer wat onkruid te verwijderen. ik heb me laten helpen door de ‘kruiden-plattegrond, die bij de ingang staat.

verdriet in de kruidentuin

zij zijn beperkt door pad en haag
van afstand zucht hij ‘kijk, daar is ze
ik heb haar lief, citroenmelisse’
en zij ziet hem haast net zo graag

maar leverbloem en pimpernel,
moerasspirea staan ertussen
voorkomen dat hij haar kan kussen
de mierikswortel plaagt ‘ik wel’

ach kruidentuin, zo vol verdriet!
hij vangt slechts af en toe haar geuren
als treurberk blijft hij verder treuren
hij wil haar wel maar kan haar niet

© ton de gruijter 


langs de snelweg a2 staat op ons grondgebied een grote reclamemast. u kent dat wel, zo’n ding met fraaie beloften. aan de achterkant ziet het er heel anders uit, een raamwerk vol met niks. dat doet me denken aan nogal wat etalages in het centrum. met koddige affiches wordt gesuggereerd dat het bruist. wie het positief ziet kan zeggen dat we in ieder geval ruimte hebben.

de keerzij

het fleurig straatbeeld lokt mij aan
een winkelruit met kekke kleuren
er lijkt van alles te gebeuren
daar moet ik maar eens binnen gaan

ik zie gezichten, vrolijkheid
en fraai gemaakte handelswaren
maar geen –dat kan ik niet verklaren-
verkoper of activiteit

het zet mij op ’t verkeerde been
’t is niks, ’t is ruimte tussen muren
het liet zich hier nog niet verhuren
hier hoeven nog geen klanten heen

da’s kwaaie handel, ‘vleesch noch visch’,
een plakplaat, poster, ’t is trucage
’t verheelt een lege etalage
waarachter slechts de keerzij is

© ton de gruijter
de veerweg, vreeswijk. aan het einde kan men kiezen, de pont nemen naar vianen of op een bankje zitten. als u het laatste doet, en u laat de rust komen door de geluiden van het water, ziet u rechts de brug die zo berucht werd door haar files. een oude brug, vervangen door een nieuwe. oud en nieuw. toeval wil, dat een regionaal dagblad foto’s aanbiedt van vijftig jaar vroeger en nu (da’s andere taal voor oud en nieuw). in het bedoelde dagblad geeft piet daalhuizen, erkend kenner van hoe het vroeger was, aan dat de oude foto’s vooral polder en weiland te zien zullen geven, want bebouwing was er zo’n vijftig jaar geleden amper. nieuwegein moest nog ontstaan. bij vroeger en nu mijmer ik graag wat weg, en probeer me voor te stellen hoe zo’n brug er vroeger bij hing, hoe ze werd gemaakt, en hoe het daarvóór was. en wat de brug daar zelf van vindt, zo ze denken kon. deze week een tekst, die is opgenomen in mijn bundel ‘brand op de lippen’, geschreven op dat bankje.

brug

zo spant ze aan twee oevers
zo verbindt ze stad met streek
ze buigt zich over water
zo draagt zij oversteek

ze weet dat ze een bootje was,
een touwgetrokken pont
en later werd ze houtgemaakt,
kreeg binding met de grond

nu houdt ze aan de oevers vast
ze is van staal en stenen
terwijl de file in haar krast
de rust voorgoed verdwenen

en soms voelt ze een onderstroom
en soms hoort ze de golven slaan
alsof ze aan haar vragen kunnen
'wil jij hier niet vandaan'

dan wil ze weer een bootje zijn
nog eens als vroeger drijven
maar te hard is gefundeerd
verankerd moet ze blijven

© ton de gruijter