Plofsluis

De plofsluis of keersluis bij Jutphaas is een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

De plofsluis diende om bij oorlogsdreiging snel het Amsterdam-Rijnkanaal af te dammen om te voorkomen dat het water uit de omliggende gebieden bij inundatie via het kanaal zou wegstromen. In 1934 begon met de bouw van het Amsterdam-Rijnkanaal, dat een verruiming en gedeeltelijke vervanging van het Merwedekanaal inhield. Men zocht voor dit hiaat in de waterlinie een oplossing die aan de ene kant het scheepvaartverkeer niet zou hinderen, en aan de andere kant het kanaal snel zou kunnen afsluiten.

De plofsluis is in principe een bijzondere keersluis. Boven het Amsterdam-Rijnkanaal ligt een reeks van vijf betonnen compartimenten met een relatief zwakke bodem. In de bakken kon ongeveer 40.000 ton zand, grind of puin worden opgeslagen.

Bij oorlogsdreiging werd de bodem opgeblazen, waardoor de inhoud in het Amsterdam-Rijnkanaal zou storten. Het kanaal werd hierdoor afgesloten en het inundatiewater kon niet wegstromen.[1] De sluisfunctie kon dus slechts geactiveerd worden door de plofsluis op te blazen; een actie die maar eenmalig mogelijk was.

De sluis is ongeveer 70 m lang, 40 m breed en 8,5 m hoog. De bodem lag circa 6 meter boven het kanaalpeil. Het bouwwerk kent één centrale, langgerekte, afgeronde betonnen brugpijler met aan weerszijden een doorvaartopening en eveneens zware betonnen landhoofden. In 1937 werd met de bouw van deze sluis begonnen, maar deze was nog niet voltooid toen de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitbrak.

Bij de plofsluis werden vier gietstalen koepelkazematten met afwachtingsruimte en een wanddikte van 17 cm gebouwd voor de verdediging van het werk.