Nooit echte ernst bij Jan van Haasteren

Puzzels waar je wanhopig van wordt. Dat is het handelsmerk geworden van Jan van Haasteren. Maar wie is eigenlijk de man áchter die chaotische tekeningen?

Jan van Haasteren schopte het van inkleurhulpje tot serieuze striptekenaar.

De deur van het Bergense huis zwaait open. Jan van Haasteren is inmiddels bijna 82. Zijn ogen staan levendig, maar hij praat bedachtzaam. Binnen zit zijn dochter en rechterhand Saskia. Jan van Haasteren is een bekende naam geworden door zijn legpuzzels, die in grote stapels bij de speelgoedwinkels liggen. Zijn hele houding verraadt dat hij de lier nog niet in de wilgen heeft gehangen: hij maakt drie keer per jaar een nieuwe puzzel. De eerstvolgende is bijna af.

Maar de puzzels zijn eigenlijk bijvangst. Van Haasteren, geboren in 1936 in Schiedam, is in de allereerste plaats striptekenaar. Dat heeft met zijn herkomst te maken, vertelt hij. ‘Wij mochten thuis strips lezen, wat al bijzonder was, omdat niet iedereen dat mocht. Veel ouders dachten dat strips slecht waren voor je vermogen om teksten te lezen. Je zou er dommer van worden.’

Maar dat was niet het enige. Jan mocht thuis namelijk álle strips lezen, ook bijvoorbeeld die van privédetective Dick Bos. De rijksoverheid waarschuwde de scholen voor de gevaren van deze strips, waarin nogal wat geweld voorkwam. ‘Dat wij ze mochten lezen kwam omdat mijn ouders de strips zelf ook leuk vonden’, zegt Van Haasteren.

Het had er ongetwijfeld ook mee te maken dat de Van Haasterens ‘niks’ waren, niet gereformeerd, niet katholiek, wat in de jaren vlak na de oorlog vrij uitzonderlijk was. ‘Er werd bij ons vrij gedacht’, zegt Van Haasteren. ‘Ook wel een beetje vrijgevochten soms. Er kwamen wel gelovige familieleden op bezoek, die dan discussieerden, maar daar hadden mijn ouders niet veel mee op.’

Het heeft Jans ouders er niet van weerhouden hem en zijn broer Herman op Sursum Corda te doen, de christelijke harmonie van Vlaardingen. De broers wilden een muziekinstrument leren bespelen. Muziekles kostte geld, en een buurman was lid van Sursum Corda. Hij leerde de broers klarinet spelen.

Is de sfeer thuis de reden dat religie ontbreekt in het werk van Van Haasteren? De striptekenaar knikt. Met religie heeft hij niks op, zo blijkt. ‘Ik houd van het absurde, van grappige situaties. Religie zorgt voor veel ellende.’

schunnigheid

Erotiek komt er in zijn werk om diezelfde reden niet voor. Dat wil zeggen: er staat in zijn tekeningen regelmatig iemand in zijn blote gat, en het wemelt van de rijk gevulde boezems, maar het moet niet te serieus worden. Van Haasteren wijst in het nieuwe grote overzichtsboek dat aan zijn werk gewijd is, de pagina’s aan waarop zijn strip Aafje Anders staat. Die strip begon in de jaren zeventig. Het was, naar de mode van de tijd, een maatschappijkritische strip met een hoofdpersoon die haar lezers niet in de laatste plaats moest boeien met haar uiterlijk. ‘Dat werkte bij mij dus ook niet.’

‘Mijn vader schuwt een beetje schunnigheid niet hoor’, vult dochter Saskia aan. ‘Dat heeft hij wel laten zien in strips voor De Vrije Balloen (een stripblad voor volwassenen uit de jaren zeventig en tachtig, red.), waar ook zwarte humor een plek had. Maar mijn vader heeft altijd onderscheid gemaakt in wat voor een groot publiek geschikt moet zijn.’

Wordt het dan niet toch heel oppervlakkig in zijn strips? Van Haasteren schudt zijn hoofd: ‘Ik ben op zoek naar het grappige, het absurdistische vooral.’

Wie het boek Jan van Haasteren, van striptekenaar tot puzzelfenomeen alleen maar doorbladert, ontkomt niet aan de indruk dat striptekenaars voortdurend op zoek zijn naar een stripje dat in de smaak valt bij een groter publiek. Op de een of andere manier heeft Van Haasteren er geen moeite mee: hij is niet het type van de creatieve personality, maar eerder van de ambachtsman, die vooral zijn vak goed wil doen. ‘Van mijn vader geleerd’, zegt Van Haasteren. Vader Van Haasteren was werktuigbouwkundig tekenaar bij de bekende weegschalenfabrikant van Van Berkel. Hij beschrijft zijn vader als een man die vooral toezag op stiptheid en vakwerk.

Van hem leerde hij ook een belangrijke persoonlijke les. Als vader Van Haasteren in de kelder bezig was met het ontwerp van een machine, zat zoon Jan er vaak met meccano te spelen. Als een schroefje maar steeds niet vast wilde en telkens op de grond viel, kon hij enorm driftig worden. ‘Op een gegeven moment pakte mijn vader een spiegel, en hield me die voor mijn boze kop. Toen zag ik wat voor gezicht ik had, en ik besefte dat woede helemaal niet goed is. Ik ben sindsdien om zulke dingen nooit meer kwaad geweest.’ Van Haasteren lacht, bijna verlegen. ‘Nee, écht niet!’

klusjesman

Dienstbaarheid markeerde ook de eerste echte stripbaan van Van Haasteren, bij de Toonder Studio’s. Hij moest er op de afdeling animatiefilms de ‘tussentekeningen’ maken, die de bewegingen van de tekenfilmfiguren vloeiend moesten maken. Veel werk was er niet in, en zo verhuisde Van Haasteren na een jaar naar de stripafdeling. ‘Als een soort klusjesman’, typeert hij. Hij kleurde er de Tom Poes strip in, die in de Donald Duckverscheen.

Die baan als ‘inkleurhulpje’ betekende wel de opmaat naar zijn carrière als tekenaar. Bij de Toonder Studio’s kwamen ook de opdrachten binnen voor het nieuwe weekblad PEP, een tijdschrift voor kinderen die de Donald Duckontgroeid waren. Van Haasteren ging aan de strip Kappie werken, eerst aan schetstekeningen, maar uiteindelijk zou hij van Kappie vijftien complete verhalen zelf tekenen.

Tal van strips volgden, of ze nu door Van Haasteren bedacht waren, of dat hij nu in de huid van de bedenkers moest kruipen. Het boek laat de hele bonte verzameling aan je voorbij trekken. Voor Donald Duck tekende Van Haasteren bijvoorbeeld stripjes van Hiawatha, De Kleine Boze Wolf. Daarnaast verschenen in verschillende bladen Tinus Trotyl, Baron Van Tast, Erik en Opa, Sjaak & Oom George … Ondertussen brachten ook reclametekeningen (voor autobouwers als Renault en Morris bijvoorbeeld (voor de Mini), kattenvoerfabrikant Felix, gereedschapsbouwer Black & Decker en drankstoker Bokma) geld in het laadje. Voor die laatste maakte Van Haasteren een tekening waarvan hij dacht dat het een mooie legpuzzel zou kunnen zijn.

Daar zag de opdrachtgever aanvankelijk niet zo veel in. Van de tekening werd een poster gemaakt, die gratis weggegeven werd bij een fles citroenjenever. ‘Dat was helemaal niet zo’n populair drankje, maar ineens liep het boven verwachting’, grijnst Van Haasteren.

Puzzelfabrikant Jumbo dacht dat ­legpuzzelfans liever een serieus onderwerp zouden hebben, maar uiteindelijk brachten ze de citroenjenevertekening toch als puzzel uit. ‘Hij raakte in één klap uitverkocht – en de rest is geschiedenis.’ ■

naar aanleiding van

Jan van Haasteren, van striptekenaar tot puzzel­fenomeen

Rob van Eijck en Saskia de Rijk. Uitg. Arboris B.V., Zelhem 2018. 292 blz. € 34,95